Wikisanakirja:Hollannin kielen sanalista h

Kohteesta Wikisanakirja
Siirry navigaatioon Siirry hakuun

Wikisanakirja:Hollannin kielen sanalista

H[muokkaa]

ha[muokkaa]

haa[muokkaa]

haag - haai - haaien - haak - haakje - haal - haan - haar - haarband - haardroger - haarnetje - haarspeld - haas - haast - haasten - haat

hab[muokkaa]

habitueel

had[muokkaa]

had - hadt

hae[muokkaa]

haematemesis - haemoptoe

haf[muokkaa]

haf - hafnium

hag[muokkaa]

hagedis - hagel - hagelslag

hak[muokkaa]

hak

hal[muokkaa]

hal - halen - half - halfgeleider - halfmetaal - halfrond - hallo - hallucinatie - halm - halogeen - hals - halshoek - halsketting

ham[muokkaa]

ham - hamel - hamer - hamster

han[muokkaa]

hand - hand in hand - handboei - handboor - handdoek - handel - handelaar - handelswaar - handelwijs - handelwijze - handgemeen - handhaven - handig - handpalm - handschoen - handschrift - handtekening - hanenkam - hang - hangen - hangmat - hangslot

hap[muokkaa]

hap

har[muokkaa]

har - hard - harder - hardloopster - hardlopen - hardloper - hardware - haring - haringhaai - hark - harmonica - harmonium - harnas - harnasmannetje - harp - harpoen - hars - hart - hartaandoening - hartaanval - harte - hartelijk - hartinfarct - hartkwaal - hartritme - hartslag - hartspecialist - hartziekte

has[muokkaa]

hassium

hat[muokkaa]

hatelijk - haten

hav[muokkaa]

haven - havenmeester - havens - haver - haverklap - havik

haz[muokkaa]

hazelmuis - hazewind

he[muokkaa]

heb[muokkaa]

heb - hebben - hebraïsme - hebt

hed[muokkaa]

heden

hee[muokkaa]

heeft - heel - heelal - heelkundige - heen - heer - heer des huizes - heerlijk - hees - heesheid - heet

hef[muokkaa]

hef - heffen - heft - heftruck

heg[muokkaa]

heg - heggenschaar

hei[muokkaa]

hei - heide - heiden - heidendom - heien - heil - heilbot - heilig - heimelijk - heir

hek[muokkaa]

hek - hekanker - hekankers - hekankertje - hekbalk - hekbalken - hekboot - hekdavit - hekdavits - hekgolf - hekgolven - heklastig - heklicht - heks - heksloep - hekstag - hektjalk - hektjalken - hektrawler - hektreiler

hel[muokkaa]

hel - held - helder - helen - helft - helikopter - helium - hellen - helling - helm - helmhout - helmstok help - helpen

hem[muokkaa]

hem - hematologisch - hematoom - hematurie - hemd - hemel - hemelgewelf - hemelleer - hemellichaam - hemelsblauw - hemeralopie - hemiplegie - hemisfeer - hemodialyse - hemofilie - hemolyse - hemopathie - hemoperfusie - hemopontisch - hemopton - hemorragie - hemostase

hen[muokkaa]

hen - hengel - hengst - hennengat - hennengatskoker - hennep

hep[muokkaa]

hepatisch - hepatitis - hepatobiliair - hepatocellulair - hepatomegalie - hepatosplenomegalie - hepatotoxisch

her[muokkaa]

her - heraldiek - herberg - herbergen - herbergier - herbivoor - herder - herdershond - herediteit - heremiet - heremietkreeft - herfst - herhalen - herhaling - herindeling - herinneren - herkauwer - herkennen - herleven - hermelijn - hermeneutiek - hermetisch - hernemen - hernia - herpes simplex - herpes zoster - herrie - herscheppen - hersenen - hersens - herstel - herstellen - hert - hertog - hertogin - hertz - hervatten - hervorming

hes[muokkaa]

hes

het[muokkaa]

het - het kind met het waswater weggooien - het komt er niet op aan - het regent pijpestelen - heten - hetgeen

het[muokkaa]

hetzelfde

heu[muokkaa]

heup - heus - heuvel

hev[muokkaa]

hevel - hevelen - hevig

hex[muokkaa]

hex

hi[muokkaa]

hia[muokkaa]

hiaatdelging

hie[muokkaa]

hiel - hielenlikker - hier - hieraan - hierarchie - hierbij - hierboven - hierbuiten - hierdoor - hierin - hiermede - hiermee - hierna - hiernaast - hiernamaals - hieromheen - hieronder - hierop - hierover - hiertussen - hieruit - hiervan - hiervoor

hij[muokkaa]

hij - hijskraan - hijgen - hijs - hijsen - hijskraan - hijstouw

hik[muokkaa]

hik

hil[muokkaa]

hilariteit

hin[muokkaa]

hinde - hinder - hinderen - hink - hinken

hip[muokkaa]

hip

hir[muokkaa]

hirsutisme

his[muokkaa]

hispanisme - histologisch

hit[muokkaa]

hit - hitte - hittegolf

ho[muokkaa]

hob[muokkaa]

hobbelpaard - hobby - hobo

hoe[muokkaa]

hoe - hoed - hoedanigheid - hoef - hoefdier - hoefijzer - hoefnagel - hoefsmid - hoek - hoekhuis - hoen - hoepel - hoer - hoerenloon - hoerenloper - hoes - hoest - hoesten - hoeveel - hoeveelheid - hoeven - hoewel

hof[muokkaa]

hof - hofje - hofmeester

hog[muokkaa]

hoge bomen vangen veel wind - hogedrukgebied - hogedrukpan - hogehoed - hogesnelheidstrein

hoi[muokkaa]

hoi

hok[muokkaa]

hok

hol[muokkaa]

hol - holen - holenbeer - holhoornige - holisme - hollandaisesaus - hollen - holmium - holocaust

hom[muokkaa]

hom - homeopathie - homeostase - hommel - homo - homofoon - homogeen - homograaf - homoloog - homoniem

hon[muokkaa]

hond - honden - hondengevecht - hondenriem - hondenvanger - hondenweer - honderd - honderdduizend - hondshaai - hondskruid - Hongaars - honger - hongerig - hongersnood - hongerstaking - honing - honingdas - honinggeel

hoo[muokkaa]

hoofd - hoofddeksel - hoofddoek - hoofde - hoofdgroepmetaal - hoofdkussen - hoofdletter - hoofdlettergevoelig - hoofdlettergevoeligheid - hoofdletters - hoofdluis - hoofdman - hoofdpagina - hoofdpijn - hoofdstad - hoofdsteden - hoofdstel - hoofdstuk - hoofdtelwoord - hoog - hoogaars - hoogaltaar - hooggebergte - hoogmoed - hoogspringen - hoogstaand - hoogste - hoogte - hoogtevrees - hoogvlakte - hooi - hooiberg - hooligan - hoop - hoorapparaat - hoorbaar - hoorn - hoornaar

hop[muokkaa]

hop - hopen

hor[muokkaa]

hor - horen - horloge - horlogeketting - horlogemaker - hormonaal - hormoon - horzel

hos[muokkaa]

hos - hospitalisatie - hossen - hostie

hot[muokkaa]

hot - hotel - hotelhouder

hou[muokkaa]

hou - houden - houden van - houding - hout - houtduif - houting - houtskool - houtsnip - houtvester - houtworm - houw - houwen

hov[muokkaa]

hoveling - hoven - hovenier

hu[muokkaa]

hub[muokkaa]

hub

hud[muokkaa]

huds

hui[muokkaa]

hui - huichelaar - huichelarij - huichelen - huid - huidarts - huidig - huidspecialist - huidziekte - huig - huik - huiken - huilen - huis - huisarts - huisbaas - huisdier - huishouden - huismuis - huismus - huisraad - huisschilder - huisvesten - huiswerk - huiszoeking - huiszwaluw - huiver - huize - huizen - huizes

huk[muokkaa]

huk - hukken

hul[muokkaa]

hul - hulde - huldigen - huldiging - hulp - hulpvaardig - hulpvaardigheid - hulpwerkwoord

hum[muokkaa]

hum - humanistisch - humeralis - humeroscapulair - humeur - humor - humoraal

hun[muokkaa]

hun - hunner

hup[muokkaa]

hup

hur[muokkaa]

huren - hurken

hut[muokkaa]

hut - hutkoffer

huu[muokkaa]

huur - huurling

huw[muokkaa]

huw - huwelijk - huwelijksaanzoek - huwen

hy[muokkaa]

hyd[muokkaa]

hydradatie - hydrant - hydrateren - hydro-alcoholisch - hydrocephalus - hydrofiel - hydrofoob - hydrofoorinstallatie - hydrolyse - hydrothorax

hye[muokkaa]

hyena

hyg[muokkaa]

hygrometer

hyp[muokkaa]

hyperaldosteronisme - hyperalgesie - hyperbaar - hypercapnie - hyperemesis - hyperemie - hyperesthesie - hyperglykemie - hyperhidrosis - hyperkeratose - hyperkinesie - hyperlipidemie - hyperoniem - hyperostose - hyperplasie - hyperpyrexie - hyperreflexie - hypersecretie - hypersensitiviteit - hyperstimulatie - hypertensie - hyperthermie - hypertonie - hypertrichose - hypertrofie - hyperurikemie - hyperventilatie - hypervitaminose - hypervolemie - hypnotisch - hypoacousis - hypochondrie - hypocriet - hypocrisie - hypodermaal - hypofysair - hypoglykemie - hypogonadisme - hypomanie - hyponiem - hypoplasie - hypotensie - hypotensief - hypothalamisch - hypotheek - hypothekeren - hypothermie - hypothese - hypotonie - hypotrofie - hypourikemie - hypoventilatie - hypovitaminose - hypovolemie - hypoxemie - hypoxie

hys[muokkaa]

hysop - hysterectomie