Wikisanakirja:Hollannin kielen sanalista d

Wikisanakirjasta
Siirry navigaatioon Siirry hakuun

Wikisanakirja:Hollannin kielen sanalista

D[muokkaa]

da[muokkaa]

daa[muokkaa]

daad - daadwerkelijk - daags - daar - daaraan - daarbij - daarboven - daardoor - daarentegen - daarginds - daarin - daarmede - daarmee - daarna - daarnaast - daarom - daaronder - daarop - daarover - daartussen - daaruit - daarvan - daarvoor - daas

dad[muokkaa]

dadel - dadelijk - daden - dader - dag - dagblad - dagboek - dagelijks - dagen - dageraad - dagvaarden - dagvaarding

dah[muokkaa]

dahlia - dahliageel

dak[muokkaa]

dak - dakpan

dal[muokkaa]

dal - dalen - dalmatiër

dam[muokkaa]

dam - dambord - dame - damhert - dammen - damp - dampkap - dampkring - damspel

dan[muokkaa]

dan - danig - danium - dank - dank u - dankbaar - dankbaarheid - danken - danklied - dankzegging - dankzij - dans - dansbaar - dansen - danser - danseres

dap[muokkaa]

dapper

dar[muokkaa]

dar - darm - darmen - darmflora - darmstadtium

das[muokkaa]

das - dashboard - dashond

dat[muokkaa]

dat - data - database - dateren - datief - datum - datums

de[muokkaa]

de - de afwas doen - de beste stuurlui staan aan wal - de bil betreffend - de boot is aan - de huid niet verkopen voor de beer geschoten is - de kat op het spek binden - de kat uit de boom kijken - de koe bij de horens vatten - de teerling is geworpen

dea[muokkaa]

dealer debat - debiel - debiteur - debutant - debuteren

dec[muokkaa]

decadent - decadentie - december - declinatie - decompensatie - decongestivum - decorum - decubitus

dee[muokkaa]

deeg - deegroller - deel - deel uitmaken - deelnemen - deelnemen aan - deelteken - deeltjesfysica - deeltjesversneller - deelwoord

def[muokkaa]

defaitisme - default - defecatie - defensie - defibrillatie - defibrillator - deficit

deg[muokkaa]

degen - degeneratief - degradatie

deh[muokkaa]

dehydratatie

dei[muokkaa]

deïsme

dek[muokkaa]

dek - dekbed - deken - dekhengst - dekken - dekkleed - dekpunt - deksel

del[muokkaa]

del - delen - delfstof - delgen - delirium - delven

dem[muokkaa]

dement - dementie - democratie - demonisering - demonstratie - dempen - demulcens

den[muokkaa]

den - dendriet - dendritisch - denken - dennenpijlstaart - dennenscheerder - dentine - dentitie

dep[muokkaa]

dependent - depersonalisatie - depigmentatie - depletie - depolarisatie - depressie - deprivatie

der[muokkaa]

der - derde - derhalve - derivaat - dermatitis - dermatofytose - dermatologie - dermatologisch - dermatoloog - dermatomycose - dermatose - dermografie - dertien - dertig

des[muokkaa]

des - des-groot - des-klein - desalniettemin - desensibilisatie - desinfectans - deskundig - deskundige - desperaat - desquamatie - dessert - destijds

det[muokkaa]

detail - detectie - detergens - detoxicatie

deu[muokkaa]

deugd - deugniet - deuk - deun - deur - deurkruk

dev[muokkaa]

devies

dez[muokkaa]

deze

di[muokkaa]

dia[muokkaa]

dia - diabetes - diafragma - diagnose - diagnosticeren - diagram - diaken - dialect - dialectisme - dialoog - dialyse - diameter - diaphoresis - diarree - diastolisch - diathermie - diathese

dic[muokkaa]

dicht - dichtbij - dichtheid

die[muokkaa]

die - dieet - dief - diefstal - dienblad - dienen - dienst - dienstmeisje - dienstwillig - dienstwilligheid - dientengevolge - diep - diepgevroren - diepte - diepvries - diepvriezer - dier - dieren - dierkunde - diesellocomotief - dieselolie - diëtist - diëtiste

dif[muokkaa]

differentiatie - differentiëren - diffusie - diffuus - difterie

dig[muokkaa]

digestief - digitalisatie

dij[muokkaa]

dij - dijbeen - dijk

dik[muokkaa]

dik - dikkop - dikkopje - diklipharder - dikwijls

dil[muokkaa]

dilatatie - dilemma - dille

dim[muokkaa]

dimensie

din[muokkaa]

ding - dingen - dingo - dinosaurus - dinsdag

dip[muokkaa]

diplopie

dir[muokkaa]

direct - directeur - dirigent

dis[muokkaa]

discoid - discreet - discrepantie - discretie - discretionair - discriminatie - discrimineren - discussie - discuswerpen - diskette - dislocatie - dispar vulgo - dispositie - dissel - dissemineren - dissenterie - dissociatie - distaal - distentie - distilleren - distorsie - distributie

dit[muokkaa]

dit

diu[muokkaa]

diurese - diureticum - diurnus

div[muokkaa]

divergent - diverticulitis - dividivi

diw[muokkaa]

diwaterstofsulfide

do[muokkaa]

do

dob[muokkaa]

dobbelsteen

doc[muokkaa]

doch - dochter - doctrine - document - documentaire - documentatie - documenteren

dod[muokkaa]

dode - dodelijk - doden - dodental - dodijnen

doe[muokkaa]

doedelzak - doek - doel - doelman - doelstelling - doen

dok[muokkaa]

dokter

doo[muokkaa]

door - door elkaar - door middel van - doorbuigen - doordat - doordringen - doorgestoken - doorgeven - doorhalen - doorlopen - doorn - doornappel - doornenkroon - doornhaai - doorslaggevend - doorsnede - doorsteken - doortrekken - doorzending - doorzichtig - doos - doof

dop[muokkaa]

dop - dopen - doping

dor[muokkaa]

dor - dorp - dorpen - dorpje - dorpsomroeper - dorsaal - dorst - dorsvlegel

dos[muokkaa]

dos - dosering - doseringsregime - dosis - dossier

dou[muokkaa]

douane - douche

dov[muokkaa]

dove - doven - dovenetel

dow[muokkaa]

downloaden

doz[muokkaa]

dozijn

dr[muokkaa]

dra[muokkaa]

draad - draadloos - draagbaar - draagvlak - draaien - draaiorgel - draak - drachtig - draf - dragen - drager - dragon - drainage - drama - drang - drank - drankje - dras - drasland - drastisch

dre[muokkaa]

- dreef - dreigement - dreigen - dreiging - drenkeling - dreun - drevel

dri[muokkaa]

drie - driedoornige stekelbaars - driehoek - driehonderd - drijfgas - drijfstang - drijven - dringen - dringend - drinken

dro[muokkaa]

droef - droefheid - droevig - drogen - drol - dromedaris - dromen - dronken - dronken voeren - droog - droogkast - droogstolp - droogtrommel - droom - drop - drost

dru[muokkaa]

drugsverslaafde - druif - druil - druilmast - druiloor - druilzeil - druipen - druiper - druk - drukken - drukker - drukwerk - druppel

du[muokkaa]

dub[muokkaa]

dubbel - dubbelblind - dubbelster - dubbeltje - dubben - dubieus - dubnium

duc[muokkaa]

ductus

dui[muokkaa]

duidelijk - duif - duifblauw - duik - duikboot - duiken - duiker - duim - duin - duister - duisternis - duit - duivel - duiventil - duizelig - duizeligheid - duizend - duizendpoot - Duitsland

dum[muokkaa]

dumpen

dun[muokkaa]

dun - dunken - dunlipharder - dunschiller

duo[muokkaa]

duo - duodenum

dup[muokkaa]

duplicaat

dur[muokkaa]

dura mater - duren - durven

dus[muokkaa]

dus

dut[muokkaa]

dutje

duu[muokkaa]

duur - duurte

duw[muokkaa]

duwbak - duwboot - duwen

dv[muokkaa]

dvd[muokkaa]

dvd

dw[muokkaa]

dwa[muokkaa]

dwaas - dwaasheid - dwang - dwangarbeid - dwangarbeider - dwarsfluit - dwarsgetuigd - dwarsscheeps

dwe[muokkaa]

dwerg - dwergmuis - dwergvinvis

dwi[muokkaa]

dwingen

dy[muokkaa]

dys[muokkaa]

dysartrie - dyscrasie - dysenterie - dysfagie - dysfemisme - dysforie - dysfunctie - dysgenesie - dysgeusie - dyskinesie - dyslexie - dysmennorroe - dyspareunie - dyspepsie - dysplasie - dyspnoe - dysprosium - dystheïsme - dystonie - dystrofie - dysurie