Wikisanakirja:Hollannin kielen sanalista b

Wikisanakirjasta
Siirry navigaatioon Siirry hakuun

Wikisanakirja:Hollannin kielen sanalista

B[muokkaa]

b-groot

ba[muokkaa]

baa[muokkaa]

[[baai - [[baal - baan - baanbrekend - baar - baard - baardmannetje - baardvleermuis - baarmoeder - baars - baas - baat - baatzuchtig

bab[muokkaa]

babbelen - babbelkous - baby - Babuza - babyboom

bac[muokkaa]

bacil - bactericide - bacterie - bacterinmie - bacteriod - bacteriologisch - bacteriostaticum

bad[muokkaa]

bad - baden - badgast - badhokje - badjas - badkamer - badkuip - badlaken - badmeester - badpak

bag[muokkaa]

bagage - bagagebureau - bagagedrager - bagagenet - bagagewagen - bagatel - baggeren - baggermachine

bah[muokkaa]

Bahama's - Bahrein

bai[muokkaa]

baisse

baj[muokkaa]

bajes - bajonet

bak[muokkaa]

bak - bakbanaan - bakbeest - bakboord - baken - baker - bakeren - bakermat - bakfiets - bakken - bakker - Bakoe - baksel - baksteen

bal[muokkaa]

bal - balalaika - balanceren - balanitis - balans - baldadig - baldadigheid - baldakijn - balein - Balinees - baljuw - balk - Balkanschiereiland - balkon - ballast - ballerina - ballet - balletdanser - balling - ballingschap - ballon - ballotage - balloteren - ballpoint - balpen - balsamine - balsem - balsemen - balts - balustrade - balzaal

bam[muokkaa]

Bambara - bamboescheut - bamboespruit

ban[muokkaa]

banaan - bananen - band - bandeloos - bandiet - bandrecorder - bandrob - banen - bang - Bangalore - bangheid - Bangladesh - banier - bank - bankbiljet - banket - banketbakker - banketbakkerij - banketbakkersroom - banketbakkersspijs - banketletter - banketstaaf - bankier - bankrekening - bankroet - bankschroef - banneling - Bantoe - Bantoetaal - banvloek

bar[muokkaa]

bar - barak - barbaar - barbaars - Barbados - barbarisme - barbeel - barbier - baren - baret - barg - bariton - barium - bark - barkeeper - barman - barmhartig - barmhartigheid - barok - barometer - baron - barones - barracuda - barrevoets - barricade - barrier - barrière - bars - barst - barsten - bartender

bas[muokkaa]

bas - basaal - basalt - base - baseren - basilicum - basis - basisonderwijs - basisschool - basisspeler - Basken - basketbal - Baskisch - Bassevelde - bassin - basstem - bast - bastaard - [[Bastenaken

bat[muokkaa]

bataljon - baten - batig saldo - batist - batsen - batterij

bav[muokkaa]

bavarois - baviaan

baz[muokkaa]

bazaar - bazuin

be[muokkaa]

bea[muokkaa]

beamen - beantwoorden - Beaufortzee

beb[muokkaa]

bebloed - beboeten - bebouwen

bec[muokkaa]

becijferen

bed[muokkaa]

bed - bedaard - bedachtzaam - bedanken - bedankt - bedaren - beddekussen - beddelaken - beddenkussen - beddenlaken - beddensprei - beddesprei - bedding - bedekken - bedelaar - bedelarij - bedelen - bedenkelijk - bedenken - bederf - bederven - bedevaart - bediende - bedienen - bediening - bedingen - bedlegerig - bedoelen - bedoeling - bedrag - bedragen - bedreigen - bedreiging - bedreven - bedriegen - bedrieger - bedrieglijk - bedrijf - bedrijfsleider - bedrijven - bedroefd - bedroeven - bedrog - bedronken - bedruipen - bedrukt - beducht zijn voor - bedwang - bedwants - bedwelmen - bedwingen

bee[muokkaa]

beëindigen - beek - beekforel - beekprik - beeld - beeldbuis - beeldenaar - beeldenstorm - beeldenstormer - beeldhouwen - beeldhouwer - beeldhouwkunst - beeldig - beeldrijk - beeldscherm - beeldspraak - been - beer - beerput - beerschepper - beest - beet - beetje - beetnemen - beetpakken

bef[muokkaa]

befaamd - beflijster

beg[muokkaa]

begaafd - begaafdheid - begaafheid - begaan - begaanbaar - begeerte - begeleiden - begeleiding - begeren - begerig - begeven - begieten - begiftigd - begiftigen - begin - beginneling - beginnen - beginpunt - beginsel - beginsnelheid - begonia - begraafplaats - begrafenis - begrafenisondernemer - begraven - begrenzen - begrenzing - begrijpelijk - begrijpen - begrip - begroeien - begroeiing - begroeten - begroeting - begroting - begunstigen

beh[muokkaa]

beha - behaaglijk - behaagziek - behaard - behagen - behalen - behalve - behandelen - behandeling - behangen - behanger - behangpatroongroep - behangselpapier - behangtafel - beheer - beheerder - beheersen - beheerst - behelzen - behendig - behendigheid - behept - beheren - behoeden - behoedzaam - behoefte - behoeftig - behoeftigheid - behoeven - behoorlijk - behoren - behoud - behouden - behoudend - behoudens - behulpzaam

bei[muokkaa]

beiaardier - beide - Beiers - beige - beigebruin - beigegrijs - beigerood - beijveren - beitel

bej[muokkaa]

bejaard - bejammeren - bejegenen

bek[muokkaa]

bek - bekaf zijn - bekeerd - bekeerling - bekend - bekende - bekendheid - bekendmaken - bekennen - bekentenis - beker - bekeren - bekering - bekers - bekeuren - bekeuring - bekijken - bekken - beklaagde - beklag - beklagen - beklagenswaardig - bekleden - bekleding - beklemmen - beklemtonen - beklimmen - beklinken - beknopt - beknorren - bekocht zijn - bekokstoven - bekomen - bekommerd - bekommeren - bekoorlijk - bekopen - bekoren - bekoring - bekorten - bekostigen - bekrachtigen - bekritiseren - bekrompen - bekronen - bekvechten - bekwaam - bekwaamheid

bel[muokkaa]

bel - belachelijk - belachelijk maken - beladen - belagen - belanden - belang - belangeloos - belangenbehartiging - belangenconflict - belanghebbend - belanghebbende - belangrijk - belangstelling - belangwekkend - Belarus - Belarussisch - belasten - belasteren - belasting - belastingen - belastingplichtige - beledigen - belediging - beleefd - beleefdheid - beleg - belegen - beleggen - belegging - beleid - beleidvol - belemmeren - belendend - belenen - belet - belet geven - belet vragen - beletsel - beletten - beleven - belevenis - belezen - Belg - belgicisme - België - Belgisch - Belgrado - belhamel - belichten - belichtingsmeter - belijd - belijden - belijdenis - bellen - beloega - belofte - belonen - beloning - beloop - beloven - beluisteren

bem[muokkaa]

bemachtigen - bemanning - bemanningslid - bemerken - bemesten - bemiddeld - bemiddelen - bemiddeling - beminde - beminnelijk - beminnen - bemoedigend - bemoeial - bemoeien - bemoeienis - bemoeilijken

ben[muokkaa]

ben - benadeelde - benadelen - benadeling - benaderen - benadrukken - benaming - benard - benauwd - benauwdheid - benauwend - bende - beneden - benemen - Bengaals - benieuwd - benigne - benijden - benodig - benodigen - benoemen - benoeming - benoorden - benutten - benzine - benzinepomp - benzinetank

beo[muokkaa]

beo - beogen - beoordelen - bepaald - bepalen - bepaling - beperken - beperking - beperkt - bepleiten - bepraten - beproefd - beproeven - beproeving

ber[muokkaa]

beraad - bergen - beraadslagen - beramen - berberaap - beredderen - bereden - bereid - bereiden - bereidwillig - bereidwilligheid - bereik - bereikbaar - bereiken - berekend - berekenen - berekening - berg - bergbeklimmer - bergeend - bergen - berggeit - berghut - bergketen - bergpas - bergpiek - bergstok - bergstroom - bergtop - bergwand - bergwind - beriberi - bericht - berichten - berijdbaar - berijden - berin - berispelijk - berispen - berisping - berk - berkelium - berm - bermpje - bernagie - beroemd - beroemdheid - beroemen - beroep - beroepsgeheim - beroepsvoorlichting - beroering - beroerte - berokkenen - berooid - berouw - berouw hebben over - berouwvol - beroven - bersten - berucht - berusten - berusting - beryllium

bes[muokkaa]

bes - bes-groot - beschaafd - beschaamd - beschadigen - beschadiging - beschamend - beschaving - bescheiden - bescheidenheid - bescherm - beschermeling - beschermen - beschermend - beschermheilige - bescherming - beschieting - beschijnen - beschikbaar - beschikken - beschikking - beschimmeld - beschimmelen - beschimpen - beschoeiing - beschonken - beschot - beschouwen - beschouwing - beschrijven - beschrijving - beschroomd - beschuit - beschuldigde - beschuldigen - beschuldiging - beschutten - besef - beseffen - besje - beslaan - beslag - beslagen - beslagleggen - beslissen - beslissend - beslissing - beslist - besluit - besluiteloos - besluiten - besmeren - besmet - besmettelijk - besmetten - besmetting - besmeuren - besneeuwd - besnijden - besnijdenis - besnoeien - besparen - besparing - bespelen - bespeuren - bespieden - bespiegeling - bespioneren - bespottelijk - bespotten - bespreken - bespreking - besprenkelen - besproeien - besproken - bespugen - bespuiten - bessesap - best - bestaan - bestaan uit - bestand - bestanddeel - beste - besteden - bestek - bestelauto - bestelbus - bestelen - bestelformulier - bestellen - bestelling - bestelwagen - bestemmeling - bestemmen - bestemming - bestendig - bestijgen - bestormen - bestraffen - bestraffing - bestralen - bestraten - bestrijden - bestuderen - besturen - besturing - bestuur - bestuurbaar - bestuurder

bet[muokkaa]

beta-blokkeerder - beta-mimeticum - betaalbaar - betaald - betaalopracht - betakeling - betalen - betalend - betaling - betamelijk - betasten - betekenen - betekenis - betelpalm - beter - beter één vogel in de hand dan tien in de lucht - beterschap - beteugelen - beteuterd - betimmeren - betogen - betoging - beton - betovering - betrappen - betreffen - betreffend - betreffende - betrekkelijk - betrekkelijkheid - betrekken - betrekken in de aanklacht - betrekking - betrekking hebben op - betrekkingen - betreuren - betrokken - betrouwbaar - betwijfelen - betwisten

beu[muokkaa]

beu - beuk - beukennoot - beukennootje - beul - beunhaas - beurs - beursagent - beursbericht - beursje - beursmakelaar - beurt - beurtbalkje - beurtelings

bev[muokkaa]

bevaarbaar - bevallen - bevallig - bevalling - bevatten - bevattingsvermogen - bevechten - beveiligen - beveiliging - bevel - bevelen - bevelhebber - bevelschrift - beven - bever - beverrat - bevestigen - bevestigend - bevestiging - bevinden - bevlieging - bevochtigen - bevoegd - bevoegdheid - bevolking - bevolkingsexplosie - bevolkt - bevoordelen - bevooroordeeld - bevoorrading - bevoorrecht - bevoorrechten - bevorderen - bevordering - bevorderlijk - bevrachten - bevredigen - bevredigend - bevrediging - bevreemding - bevreesd - bevriend - bevriezen - bevriezing - bevrijder - bevrijding - bevroeden - bevroren - bevruchten - bevuilen

bew[muokkaa]

bewaarder - bewaken - bewaker - bewaking - bewapenen - bewapening - bewaren - bewaring - beweegbaar - beweeglijk - beweegreden - bewegen - beweging - beweren - bewering - bewerkelijk - bewerken - bewerking - bewieroken - bewijs - bewijsmatariaal - bewijsmateriaal - bewijsstuk - bewijzen - bewijzen aanvoeren - bewind - bewogen - bewolkt - bewonderaar - bewonderen - bewonderenswaardig - bewondering - bewonen - bewoner - bewoonbaar - bewoording - bewust - bewusteloos - bewustzijn

bez[muokkaa]

bezaansmast - bezadigd - bezem - bezemsteel - bezeren - bezet - bezeten - bezetten - bezetting - bezettingsmacht - bezichtigen - bezichtiging - bezielen - bezieling - bezien - bezienswaardig - bezienswaardigheid - bezig - bezigen - bezigheid - bezighouden - bezinken - bezinksel - bezit - bezitten - bezitter - bezoek - bezoeken - bezoeker - bezoeking - bezoldigen - bezorgd - bezorgdheid - bezorgen - bezuiden - bezuinigen - bezuinigingsronde - bezuipen - bezwaar - bezwaar maken - bezwaarschrift - bezwaren - bezweet - bezweren - bezwijken - bezwijmen - bezwijming

bi[muokkaa]

bia[muokkaa]

biatlon

bib[muokkaa]

bibberen - bibliomantie - bibliothecaris - bibliotheek

bic[muokkaa]

biceps

bid[muokkaa]

bidden - bidsprinkhaan

bie[muokkaa]

biecht - biechten - biechtgeheim - biechtstoel - biechtvader - bieden - biefstuk - biel - biels - bier - bierbrouwer - bierbrouwerij - bierglas - bierviltje - bies - bieslook - biet

bif[muokkaa]

bifasisch

big[muokkaa]

big

bij[muokkaa]

bij - bij benadering - bijbedoeling - bijbel - bijbelgordel - bijbenen - bijbetalen - bijbrengen - bijdehand - bijdrage - bijdragen - bijeenbrengen - bijeenkomen - bijeenkomst - bijeenroepen - bijeneter - bijenhouder - bijenkoningin - bijenkorf - bijenteelt - bijenzwerm - bijgaand - bijgebouw - bijgeloof - bijgelovig - bijgevoegd - bijgevolg - bijhouden - bijkans - bijkantoor - bijkeuken - bijknippen - bijkomen - bijkomstig - bijl - bijlage - bijleggen - bijlichten - bijna - bijnaam - bijnier - bijouterie - bijpassend - bijschrift - bijschuiven - bijslag - bijsluiten - bijsluiter - bijsmaak - bijstaan - bijstand - bijstellen - bijster - bijt - bijtekenen - bijten - bijtend - bijtijds - bijtten - bijverdienste - bijvoegen - bijvoeglijk naamwoord - bijvoegsel - bijvoorbeeld - bijwerking - bijwonen - bijwoord - bijwoordelijk - bijzaak - bijziend - bijziendheid - bijzin - bijzonder

bik[muokkaa]

bikkel - bikken

bil[muokkaa]

bil - bilateraal - biliair - biljard - biljart - biljartbal - biljarten - biljartgat - biljartkeu - biljet - biljoen - billen - billijk - billijken - bilspier - bilstreek

bim[muokkaa]

bimetaal

bin[muokkaa]

binden - bindend - bindmiddel - bindtouw - bindvlies - bindweefsel - binnen - binnenband - binnengaan - binnenkant - binnenkomen - binnenkort - binnenkrijgen - binnenland - binnenplaats - binnensmonds - binnenste - binnenvaart

bio[muokkaa]

bio-equivalent - bioavailability - biochemicus - biochemisch - biodegradatie - biologie - biologisch - bioloog - biopsie - bioscoop - bioscoop-operateur - biosynthese - biotransformatie

bop[muokkaa]

bips

bis[muokkaa]

bisamrat - bisdom - bismut - bisschop - bisschoppelijk

bit[muokkaa]

bit - bits - bitter - bitterder - bitterdere - bittere - bitterheid - bitterst - bitterste - bittervoorn - bitumen

biv[muokkaa]

bivak - bivakkeren - bivakmuts

biz[muokkaa]

bizon

bl[muokkaa]

bla[muokkaa]

blaam - blaar - blaas - blaasbalg - blaasinstrument - blaasinstrumenten - blaasinstrumentje - blaasinstrumentjes - blabla - blad - bladluis - bladzijde - blaffen - blak - blamage - blank - blankvoorn - blaren - blauw - blauwband - blauwborst - blauwe bes - blauwe kiekendief - blauwe reiger - blauwe vinvis - blauwneus - blauwtje - blauwtong - blazen

ble[muokkaa]

bleek - bleekwater - blefaritis - blessure

bli[muokkaa]

blij - blijdschap - blijken - blijven - blik - blikopener - bliksem - blikslager - blind - blindedarmontsteking - blindheid - blinken - blisterverpakking

blo[muokkaa]

bloed - bloeddruk - bloede - bloeden - bloedheet - bloedhondbloedvat - bloedverwantschap - bloedworst - bloedzuiger - bloeien - bloem - bloembed - bloemist - bloemknop - bloemkool - bloempot - bloes - blok - blond - blootstellen - blootsvoets - blouse - blowen - blower - blozen

blu[muokkaa]

blussen - blut

bo[muokkaa]

boa[muokkaa]

boa

bob[muokkaa]

bobsleeën

boc[muokkaa]

bochel - bocht

bod[muokkaa]

bod - bodem - bodemloos

boe[muokkaa]

boechoe - boef - boeg - boegspriet - boei - boeien - boek - boekbinder - boekbinderij - boeken - boekhandel - boekhouder - boekhouding - boekweit - boer - boerderij - boeren - boerenkool - boete - boezem - boezemkade - boezemwater

bof[muokkaa]

boffen

boh[muokkaa]

bohrium

bok[muokkaa]

bok - bokitoproof - bokken - bokking - boktor

bol[muokkaa]

bol - bolhoed - bolhoop - bolide - bolus - bolusinjectie - bolwerk

bom[muokkaa]

bom - bombarderen - bombrief - bomen

bon[muokkaa]

bon - bonbon - bonbons - bondgenoot - bondgenootschap - bonen - bonenkruid - bonk - bonobo - bontbekplevier - bonus

boo[muokkaa]

bood - boodschap - boog - boom - boomkikker - boomklever - boomkruiper - boommarter - boomvalk - boon - boor - boord - boorschip - boos - boos worden - boot - bootsman

bor[muokkaa]

borborygmus - bord - bordpapier - borduren - borduursel - boren - borgsom - borrel - borst - borstelen - borstkas - borstplaat

bos[muokkaa]

bos - bosal - bosbes - bosmuis - bosneger - bossen - bosspitsmuis - bosuil - bosvleermuis - boswachter

bot[muokkaa]

bot - botanicus - botanie - boten - boter - boterbloem - boterham - boterkoek - boterletter - botersaus - botervloot - botsing - bottelier

bou[muokkaa]

boud - bougie - bouillon - bout - bouw - bouwen - bouwkunde - bouwvakker - bouwwerk

bov[muokkaa]

boven - bovenal - bovenarm - bovendien - bovengenoemd - bovenlijk - bovennatuurlijk

br[muokkaa]

bra[muokkaa]

braam - braamsluiper - braden - bradycardie - bradykinesie - bradypnoe - brak - braken - brand - brandblusser - branden - brandewijn - brandgans - brandhout - brandnetel - brandschatten - brandslang - brandstichter - brandstichting - brandstof - brandstofcel - brandweer - brandweerauto - brandweerman - brandweerwagen - brandy - bras - brasem - brassière

bre[muokkaa]

breed - breedgebouwd - breedgeschouderd - breedspectrum - breedte - breidel - breken - brem - bremgeel - brengen - bretel - breuk - brevier

bri[muokkaa]

brief - briefkaart - briefopener - briefpapier - bries - briesen - brievenbus - brigadier - brij - brik - bril - brilbeer - brilduiker - briljant - briljantgeel - brilslang

bro[muokkaa]

broccoli - broeden - broek - broeder - broer - brommer - bromvlieg - bron - bronchiaal - bronchinctasie - bronchitis - bronchoconstrictie - bronchodilatatie - bronchopneumonie - bronchopulmonair - bronchospasme - bronchus - bronforel - brons - brood - broodboom - broodje - broodmachine - broodrooster - broom - broos - brouwen - brouwer

bru[muokkaa]

brug - bruid - bruidegom - bruidschat - bruikbaar - bruiloft - bruin - bruinbeige - bruine beer - bruine dwergmeerval - bruine kiekendief - bruine rat - bruinvis - brulaap - bruut

buc[muokkaa]

buccaal - buccofaryngeaal

buf[muokkaa]

buffel

bug[muokkaa]

bugel

bui[muokkaa]

bui - buideldier - buig - buigen - buik - buikpijn - buikriem - buil - buis - buiten - buitenboordmotor - buitenland - buizerd

buk[muokkaa]

bukken

bul[muokkaa]

bul - bulbair - bulbsteven - buldog - bulkschip - bulldozer - bulletin - bulleus - bult - bultrug

bum[muokkaa]

bumper

bun[muokkaa]

bundel - bunder - bunzing

bur[muokkaa]

bureau - buren - burgemeester - burger - burgerlijke stand - bursitis

bus[muokkaa]

bus - buschauffeur - buskruit - bustehouder - bustier

buu[muokkaa]

buur - buurman - buurt - buurvrouw

bru[muokkaa]

brug - Brugge - Brussel